• Uitleg
  • Voor hulpverleners

Bijgewerkt op

In het kort

Begrijpelijk is het derde principe van WCAG. Bezoekers moeten snappen wat er staat en wat er gebeurt als ze iets doen. Denk aan een vaste plek voor hulp, formulieren met duidelijke uitleg en foutmeldingen die zeggen hoe je het oplost. Met een voorbeeld van een cliënt die vastloopt bij het inloggen.

Wat is het

Begrijpelijk is het derde principe van WCAG. Twee dingen moeten duidelijk zijn: wat er staat, en hoe de website werkt. Pagina’s gedragen zich zoals je verwacht. En als er iets misgaat, snap je wat je moet doen.

Het heeft drie richtlijnen: leesbaar (3.1), voorspelbaar (3.2) en hulp bij het invullen (3.3). Daaronder vallen 13 succescriteria op niveau A en AA: eisen waarop je een website kunt testen. Hieronder staan de belangrijkste, met hun nummer in WCAG 2.2.

Waarom het ertoe doet

Denk aan iemand die voor het eerst contact zoekt met het wijkteam. Die is misschien gespannen of heeft weinig tijd. W3C beschrijft hoe mensen met een cognitieve beperking vastlopen: mensen die bijvoorbeeld moeite hebben met onthouden, leren of nieuwe informatie begrijpen. Ze weten niet meer wat ze eerder invulden, of vinden de hulp niet terug. Zonder hulp stoppen sommige mensen halverwege, en melden ze zich niet aan.

Iedereen wordt een beetje moe van een formulier met veel stappen. Moet je onderweg ook nog dingen onthouden, dan gaat dat sneller. Een begrijpelijk formulier maakt die last kleiner, voor je cliënt en voor iedereen die het invult.

Zo doe je het

  1. Zet de taal in de code (3.1.1, niveau A). Dan leest een schermlezer je tekst in de juiste taal voor. Staat er een stuk in een andere taal op de pagina, bijvoorbeeld uitleg in het Turks? Geef dat ook aan (3.1.2, AA).
  2. Laat niets vanzelf veranderen (3.2.1 en 3.2.2, A). Kiest iemand een wijk in een keuzelijst? Ga dan pas naar een nieuwe pagina na een druk op de knop. Of vertel vooraf wat er gebeurt.
  3. Houd het menu en de namen overal gelijk (3.2.3 en 3.2.4, AA). Het menu staat op elke pagina in dezelfde volgorde. Heet een knop “Aanmelden”, noem hem dan niet elders “Inschrijven”.
  4. Zet hulp steeds op dezelfde plek (3.2.6, A, nieuw in 2.2). Denk aan je telefoonnummer, het contactformulier, de chat of de veelgestelde vragen. Staat de link naar contact op de ene pagina bovenin, zet hem dan ook op de andere pagina’s bovenin.
  5. Geef elk invulveld een label (3.3.2, A). Zet er uitleg bij als dat nodig is: “Geboortedatum, bijvoorbeeld 03-05-1980”. Een grijze voorbeeldtekst in het veld, die verdwijnt als je gaat typen, is geen label.
  6. Maak foutmeldingen duidelijk (3.3.1, A). Zeg in tekst welk veld fout is en wat er mis is, niet alleen met rood. “Het e-mailadres klopt niet” is genoeg voor deze eis. Weet je hoe het beter kan? Zeg dat dan ook (3.3.3, AA): “Vul je e-mailadres in zoals [email protected]”.
  7. Laat belangrijke invoer controleren (3.3.4, AA). Wijzigt of verwijdert iemand gegevens in het cliëntportaal? Laat die persoon het dan eerst nakijken, of maak het terug te draaien.
  8. Vraag niets twee keer (3.3.7, A, nieuw in 2.2). Heeft iemand het adres al ingevuld in stap 1? Vul het dan in stap 3 zelf in, of laat het kiezen. Een vinkje “Mijn postadres is hetzelfde als mijn woonadres” is ook goed. Een nieuw wachtwoord dat je niet ziet terwijl je typt, mag je wel twee keer laten intypen.
  9. Maak inloggen makkelijk (3.3.8, AA, nieuw in 2.2). Inloggen mag niet alleen afhangen van onthouden, overtypen of een puzzel oplossen. Er moet een andere manier zijn, of hulp daarbij. Laat daarom wachtwoordbeheerders toe, programma’s die je wachtwoorden bewaren en invullen. En laat kopiëren en plakken toe. Een inloglink per e-mail kan ook. Dat geldt ook voor een code die je per sms krijgt: die moet je kunnen plakken.

Zo ziet het eruit in de praktijk

Een ambulant hulpverlener helpt een cliënt om voor het eerst in te loggen op het cliëntportaal van de organisatie. De cliënt krijgt een code per sms. Die moet ze in zes losse vakjes typen, en als ze hem plakt, komt alleen het eerste cijfer in het eerste vakje. Daarna vult ze in haar profiel haar telefoonnummer in, met streepjes. Bovenaan verschijnt “Ongeldige invoer”. Ze vraagt zich af of ze haar eigen nummer wel goed weet.

De hulpverlener schrijft op wat er gebeurde en geeft het aan de collega die het portaal met de leverancier regelt. Die zet drie punten op de lijst. De code moet in één keer te plakken zijn (3.3.8). De foutmelding noemt het veld en zegt hoe het wel moet (3.3.1 en 3.3.3). En het telefoonnummer mag met of zonder streepjes of spaties. Dat laatste is geen harde eis in WCAG, maar W3C raadt het wel aan. W3C beschrijft precies zo’n situatie: iemand gaat door de foutmelding twijfelen aan het eigen telefoonnummer, en stopt.

Wat zeg je tegen de cliënt? Bijvoorbeeld: “Je nummer klopt. Het formulier snapt de streepjes niet, en dat laten we aanpassen.” En tegen de leverancier: noem het succescriterium, beschrijf wat er gebeurde en stuur een schermafbeelding mee, zonder gegevens van je cliënt erop.

Let op

  • Eenvoudige taal is voor niveau AA geen eis. Het succescriterium over leesniveau (3.1.5) hoort bij AAA. Toch hebben in Nederland 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met lezen, schrijven of rekenen. Schrijf daarom op taalniveau B1, ook als het niet moet. De Taalcheck laat lange zinnen en moeilijke woorden in je tekst zien.
  • Voldoen aan WCAG is nog niet hetzelfde als makkelijk. W3C heeft een aparte handleiding over websites voor mensen met een cognitieve beperking of leerproblemen. Die gaat verder dan WCAG en is geen eis, maar maakt je website wel voor meer mensen bruikbaar.
  • Een plaatjespuzzel bij het inloggen is een uitzondering, zoals “kies alle foto’s met een fiets”. Die mag op niveau AA nog. W3C raadt wel aan hem zo veel mogelijk te vermijden.
  • Let op de versie. Oudere regels en checklists gaan uit van WCAG 2.1. De eisen die hierboven “nieuw in 2.2” heten, staan daar niet in. Welke versie de regels voor de overheid vragen, lees je in Wat is WCAG?

Meer weten

Hulpmiddelen die hierbij passen

  • Tekstcheck

    Taalcheck

    Check of je tekst makkelijk te lezen is. Je ziet lange zinnen en moeilijke woorden, met een makkelijker woord ernaast.

  • Websitecheck

    Structuurcheck

    Plak de HTML van een webpagina en zie snel wat er mist in de opbouw: koppen, alt-teksten, linkteksten, knoppen en labels.

  • Generator

    Toegankelijkheids­verklaring maken

    Maak in een paar stappen een toegankelijkheidsverklaring voor je website, als pdf.

Bronnen

  1. Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.2  (externe website)W3C. Gelezen op .
  2. What's New in WCAG 2.2  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  3. Understanding Success Criterion 2.5.3: Label in Name  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  4. Understanding Success Criterion 3.2.6: Consistent Help  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  5. Understanding Success Criterion 3.3.1: Error Identification  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  6. Understanding Success Criterion 3.3.7: Redundant Entry  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  7. Understanding Success Criterion 3.3.8: Accessible Authentication (Minimum)  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  8. Making Content Usable for People with Cognitive and Learning Disabilities  (externe website)W3C. Gelezen op .
  9. Easy Checks – A First Review of Web Accessibility  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  10. EN 301 549 en WCAG  (externe website)Digitoegankelijk. Gelezen op .
  11. Laaggeletterdheid in Nederland  (externe website)Stichting Lezen en Schrijven. Gelezen op .

Bijgewerkt op .

Meer over dit onderwerp

Samen iets bouwen?

Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.

Stuur een berichtje [email protected]