• Uitleg
  • Voor hulpverleners

Bijgewerkt op

In het kort

B1 is een van de zes taalniveaus uit het Europees Referentiekader voor de talen. Een tekst op B1 heeft gewone woorden en korte, actieve zinnen. De meeste volwassenen begrijpen zo’n tekst, maar voor mensen die moeite hebben met lezen is B1 vaak nog te moeilijk. Dan past A2 beter.

Wat is het

Het Europees Referentiekader voor de talen (ERK) beschrijft hoe goed iemand een taal beheerst. De Raad van Europa maakte het in 2001, en in 2020 verscheen een vernieuwde versie. Er zijn zes niveaus, van laag naar hoog:

  • A1 en A2: basisgebruiker;
  • B1 en B2: onafhankelijk gebruiker;
  • C1 en C2: vaardig gebruiker.

Het ERK is oorspronkelijk bedoeld om te beschrijven hoe goed iemand een vreemde taal kent. De Rijksoverheid gebruikt het ook voor teksten. Een tekst op B1 betekent dan: iemand die het Nederlands op niveau B1 beheerst, begrijpt de tekst.

Wat kan iemand lezen op elk niveau? De Raad van Europa beschrijft dat zo (vrij vertaald en ingekort):

Niveau Wat iemand kan lezen
A1 Heel korte, eenvoudige teksten, zin voor zin: bekende namen, woorden en zinnetjes.
A2 Korte, eenvoudige teksten over bekende, concrete onderwerpen, met woorden die heel vaak voorkomen.
B1 Teksten met vooral veelvoorkomende woorden uit het dagelijks leven of het werk. Bijvoorbeeld een persoonlijke brief over wat iemand meemaakt, voelt of wil.
B2 Veel soorten teksten, grotendeels zelfstandig, zoals artikelen over actuele onderwerpen. Minder bekende uitdrukkingen kunnen lastig zijn.
C1 Lange, ingewikkelde teksten, ook buiten het eigen vak, als iemand moeilijke stukken nog eens kan lezen.
C2 Bijna alle teksten, ook abstracte en ingewikkelde.

Een tekst op B1 herken je aan:

  • een duidelijke titel en tussenkoppen;
  • een actieve schrijfstijl, met voorbeelden;
  • gewone woorden die bijna iedereen kent;
  • korte, duidelijke zinnen.
Moeilijk (C1) Eenvoudig (B1)
betreffende over
verstrekken geven
relevant belangrijk
prioriteit voorrang

Voor mensen met Nederlands als moedertaal gebruikt Stichting Lezen en Schrijven andere niveaus, zoals 1F en 2F. De stichting zet 1F naast A2, en 2F naast B1. Aan het eind van groep 8 moet een leerling minstens niveau 1F beheersen. Mensen die laaggeletterd zijn, zitten volgens de stichting op niveau A2 of 1F.

Waarom het ertoe doet

Overheden en bedrijven schrijven meestal op niveau C1. Voor veel mensen is dat niet goed te begrijpen. Schrijf je op B1, dan is je taal voor ongeveer 80 procent van de volwassen lezers niet te moeilijk.

B1 is niet alleen voor mensen die kort naar school zijn gegaan. Ook lezers met een hogere opleiding lezen meestal liever B1, omdat het makkelijker en sneller gaat. Zeker op een telefoon. De redactie van Rijksoverheid.nl schrijft nieuwe teksten op B1, en waar het kan op A2. Eén keer per jaar meet de redactie het gemiddelde taalniveau van de hele website.

Voor je cliënt betekent een tekst op B1: zelf kunnen nalezen wat er is afgesproken, zonder dat iemand anders het hoeft uit te leggen.

Zo ziet het eruit in de praktijk

Een wijkteam heeft de loonstroken van een cliënt nodig. Hier is hetzelfde bericht op drie niveaus.

  • C1: ‘Teneinde je aanvraag in behandeling te kunnen nemen, verzoeken we je de benodigde bewijsstukken betreffende je inkomsten uiterlijk 15 november te overleggen.’
  • B1: ‘We hebben je loonstroken van de laatste 3 maanden nodig. Stuur ze voor 15 november. Dan kunnen we je aanvraag behandelen.’
  • A2: ‘Stuur ons je loonstroken.
    Het gaat om de laatste 3 maanden.
    Stuur ze voor 15 november.
    Dan kijken we naar je aanvraag.’

Van C1 naar B1 verandert veel. Wat je cliënt moet doen, staat nu vooraan. ‘Bewijsstukken betreffende je inkomsten’ wordt ‘loonstroken’, en woorden als ‘teneinde’ en ‘overleggen’ zijn weg. Van B1 naar A2 worden de zinnen nog korter, en staat elke zin op een nieuwe regel.

Sanne van het wijkteam stuurt de B1-versie aan de meeste cliënten. Weet ze dat iemand moeite heeft met lezen, dan kiest ze de A2-versie. Ze loopt die samen met haar cliënt door, met een foto van een loonstrook erbij. Stichting Lezen en Schrijven raadt zulke concrete beelden aan: gaat het over geld, laat dan bijvoorbeeld biljetten en munten zien.

Let op

  • B1 is niet voor iedereen genoeg. Voor mensen die moeite hebben met lezen, is een brief of folder op B1 nog te moeilijk. Stichting Lezen en Schrijven raadt voor hen niveau A2 aan. Het Taalkompas geeft dan als tips: zet het belangrijkste bovenaan, herhaal wat belangrijk is, maak zinnen van hooguit 10 woorden en gebruik beeld. Lees meer over laaggeletterdheid herkennen en bespreken.
  • Het niveau is niet alles. Ook de opbouw, de toon en de vormgeving bepalen of je tekst werkt. Laat je tekst daarom lezen door iemand voor wie hij bedoeld is.
  • Een meetprogramma geeft een schatting. Er zijn programma’s die het taalniveau van een tekst meten, en de redactie van Rijksoverheid.nl werkt daarmee. Beoordeel wel zelf wat zo’n programma aangeeft. Een tekst kan op papier B1 zijn en toch niet werken, bijvoorbeeld omdat het belangrijkste onderaan staat.
  • Voor websites bestaat een eis over leesniveau. Die staat in de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG), de internationale richtlijnen voor toegankelijke websites. Is een tekst moeilijker dan wat iemand na ongeveer negen jaar school kan lezen? Dan hoort er extra uitleg of een makkelijkere versie bij, zoals een samenvatting in eenvoudiger taal, plaatjes of symbolen, of een ingesproken versie. Die eis heet ‘3.1.5 Leesniveau’ en hoort bij het hoogste niveau, AAA, net als de eisen over moeilijke woorden (3.1.3 Ongebruikelijke woorden) en afkortingen (3.1.4 Afkortingen). Lees meer over begrijpelijke websites volgens WCAG.

Meer weten

Hulpmiddelen die hierbij passen

  • Tekstcheck

    Taalcheck

    Check of je tekst makkelijk te lezen is. Je ziet lange zinnen en moeilijke woorden, met een makkelijker woord ernaast.

Bronnen

  1. Het ERK  (externe website)SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling. Gelezen op .
  2. Common European Framework of Reference for Languages: Companion volume (2020)  (externe website)Raad van Europa. Gelezen op .
  3. Taalniveau B1  (externe website)CommunicatieRijk, Ministerie van Algemene Zaken. Gelezen op .
  4. Taalkompas: Taalniveaus  (externe website)CommunicatieRijk, Ministerie van Algemene Zaken. Gelezen op .
  5. Taalkompas: De wetenschap achter taaladviezen  (externe website)CommunicatieRijk, Ministerie van Algemene Zaken. Gelezen op .
  6. Taalkompas: Eenvoudige taal  (externe website)CommunicatieRijk, Ministerie van Algemene Zaken. Gelezen op .
  7. Eenvoudige taal  (externe website)Stichting Lezen en Schrijven. Gelezen op .
  8. Factsheet Eenvoudige taal voor laaggeletterden  (externe website)Stichting Lezen en Schrijven. Gelezen op .
  9. Kennisblad Laaggeletterdheid in Nederland (2025)  (externe website)Stichting Lezen en Schrijven. Gelezen op .
  10. Checklist begrijpelijke teksten (januari 2024)  (externe website)HAN University of Applied Sciences. Gelezen op .
  11. Taalkompas: Teksten testen  (externe website)CommunicatieRijk, Ministerie van Algemene Zaken. Gelezen op .
  12. Understanding Success Criterion 3.1.5: Reading Level  (externe website)W3C Web Accessibility Initiative. Gelezen op .
  13. Richtlijnen voor Toegankelijkheid van Webcontent (WCAG) 2.2, Nederlandse vertaling  (externe website)W3C. Gelezen op .

Bijgewerkt op .

Meer over dit onderwerp

Samen iets bouwen?

Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.

Stuur een berichtje [email protected]