Websitetest
Toetsenbordtest
Test je eigen website met alleen het toetsenbord. Tien korte stappen, elk met de eis uit WCAG 2.2, laten zien wat werkt en wat niet, met een tip bij elk punt.
Bedienbaar is het tweede principe van WCAG. Iedereen moet je website kunnen gebruiken, ook met alleen een toetsenbord, met spraak of met een trillende hand. Denk aan een zichtbare focus, genoeg tijd en knoppen die groot genoeg zijn. Met een voorbeeld van een cliënt die haar laptop met spraak bedient.
Bedienbaar is het tweede principe van WCAG. Iedereen moet alles op je website kunnen gebruiken: het menu, de knoppen en de formulieren. Niet alleen met een muis, maar ook met alleen het toetsenbord of met spraakbesturing.
Het heeft vijf richtlijnen. Die gaan over bediening met het toetsenbord (2.1), genoeg tijd (2.2) en flitsende beelden die een epileptische aanval kunnen uitlokken (2.3). En over je weg vinden (2.4) en andere manieren van bedienen, zoals aanraken en spraak (2.5). Daaronder vallen 20 succescriteria op niveau A en AA: eisen waarop je een website kunt testen. Hieronder staan de belangrijkste, met hun nummer in WCAG 2.2.
Veel mensen kunnen geen muis gebruiken. Wie blind is, gebruikt vaak het toetsenbord. Net als sommige mensen met een motorische beperking. Ook wie een gebroken arm heeft, gebruikt soms even de Tab-toets. Wie trilt, raakt kleine knoppen die dicht bij elkaar staan makkelijk mis.
Wie toetsenbord en muis allebei niet kan gebruiken, werkt soms met spraakherkenning of met een speciale schakelaar. Werkt één knop in je aanmeldformulier alleen met de muis, dan kan zo iemand daar vastlopen, hoe goed de rest ook is.
Een ambulant begeleider helpt een cliënt die haar handen slecht kan gebruiken. Ze bedient haar laptop met spraak. Op de website van de organisatie van de begeleider wil ze zich aanmelden voor een inloopochtend. Ze zegt “klik Aanmelden”, maar er gebeurt niets. In de code heet de knop “Formulier versturen”.
De begeleider neemt het mee naar zijn team. Een collega loopt de pagina na met de Toetsenbordtest en vindt nog drie dingen. Je ziet niet waar je bent, want de rand om links en knoppen is weggehaald. Onderaan staat een vaste chatbalk die over de knop “Versturen” schuift als je er met Tab op komt. En een datum kies je alleen door een schuifje te slepen. Met het toetsenbord lukt dat niet.
De collega zet de vier punten in één bericht aan de webbouwer, met bij elk punt het nummer uit WCAG. Zo kan de webbouwer elke eis precies opzoeken.
Wat zeg je tegen de cliënt? Bijvoorbeeld: “Het ligt niet aan jou of aan je spraakprogramma. De knop is verkeerd gebouwd, en dat laten we repareren.” En tegen de webbouwer: “Kun je laten zien hoe de focus eruitziet, op elke kleur achtergrond die we gebruiken?”
Websitetest
Test je eigen website met alleen het toetsenbord. Tien korte stappen, elk met de eis uit WCAG 2.2, laten zien wat werkt en wat niet, met een tip bij elk punt.
Websitecheck
Plak de HTML van een webpagina en zie snel wat er mist in de opbouw: koppen, alt-teksten, linkteksten, knoppen en labels.
Generator
Maak in een paar stappen een toegankelijkheidsverklaring voor je website, als pdf.
Bijgewerkt op .
In een toegankelijkheidsverklaring vertel je hoe goed je website of app werkt voor mensen met een beperking, wat nog niet goed gaat en wanneer je dat oplost. Overheidsorganisaties moeten er een publiceren, net als veel bedrijven die online iets verkopen. Voor andere organisaties is het een eerlijke en nuttige gewoonte.
Een toegankelijke website kan iedereen gebruiken, ook mensen die slecht zien, geen muis gebruiken of moeite hebben met lezen. Je begint met een overzicht en een eerste eigen controle. Daarna laat je testen, maak je afspraken met je webbouwer en leveranciers, en houd je het elk jaar bij.
Een brief, folder of pdf is toegankelijk als iedereen hem kan lezen: met een schermlezer, op een telefoon of met moeite met lezen. Het meeste regel je al in je tekstverwerker, met echte koppen, alt-teksten, genoeg contrast en duidelijke taal. Daarna controleer je het bestand, sla je het goed op als pdf en laat je het lezen door iemand voor wie het is.
Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.