Gesprekskaarten
Praatkaartjes
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
In Nederland hebben ongeveer 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Veel mensen schamen zich ervoor en houden het lang verborgen. Als hulpverlener kun je signalen opmerken, het rustig bespreken, je eigen uitleg aanpassen en je cliënt helpen een Taalhuis of cursus te vinden.
Je bent laaggeletterd als je als volwassene moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak is een computer of smartphone dan ook lastig. Laaggeletterd is iets anders dan analfabeet. Wie laaggeletterd is, kan wel lezen en schrijven, maar niet goed genoeg om overal aan mee te doen. Dat kan komen door iemands taalachtergrond, opleiding of een beperking.
Laaggeletterdheid komt veel voor: bij ongeveer 1 op de 5 mensen van 16 tot en met 75 jaar. Het gaat om ongeveer 2,2 miljoen mensen van 16 tot en met 65 jaar, en ongeveer 860.000 mensen van 66 tot en met 75 jaar. Die cijfers komen uit PIAAC, een internationaal onderzoek naar de vaardigheden van volwassenen (meting 2023, rapport 2024). Wie in dat onderzoek laag scoort op lezen, heeft moeite met langere teksten of met het vergelijken van verschillende soorten informatie. Acht op de tien van hen scoren ook laag op rekenen.
Wie niet goed leest, heeft moeite met brieven, bijsluiters en formulieren. Werk vinden en grip houden op geldzaken is lastiger. Volgens Stichting Lezen en Schrijven hebben mensen die laaggeletterd zijn vaker geldproblemen en vaker schuldhulp nodig. Vaak vinden ze zelf de weg naar die hulp niet. Ze zijn ook vaker minder gezond.
Ook digitale hulp, zoals een app of een online formulier, is vaak moeilijker. Volgens Pharos heeft bijna 1 op de 5 volwassenen moeite met digitale zorg, zoals een patiëntenportaal. Wie moeite heeft met lezen, loopt daar eerder op vast. Lees meer over digitale inclusie.
Doet je cliënt niet wat jullie afspraken? Dan lijkt het soms alsof die geen zin heeft. Maar vaak begrijpt die je uitleg niet goed. Veel mensen schamen zich ervoor en houden het lang verborgen. Komt het toch ter sprake, dan is de opluchting vaak groot.
Let op signalen. Bijvoorbeeld:
Kies een rustig moment. Praat één op één, zonder dat anderen meeluisteren. Neem de tijd en leg je telefoon weg. Zeg een afspraak niet zomaar af: iemand heeft die vaak lang van tevoren gepland.
Maak het gewoon. Vraag bijvoorbeeld: ‘Veel mensen vinden formulieren invullen lastig. Hoe is dat voor jou?’ Of: ‘Helpt iemand je weleens met het lezen van brieven?’ Of bied hulp aan: ‘Zullen we samen even kijken?’ Ga uit van wat iemand wel kan. Vertel dat die niet de enige is, en altijd nog kan leren.
Houd vol. Zegt je cliënt dat het goed gaat, terwijl je twijfelt? Kom er een andere keer op terug.
Pas je eigen uitleg aan. Gebruik gewone woorden en wees concreet. Vraag daarna wat je cliënt thuis gaat vertellen. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb veel verteld. Ik wil weten of ik het goed heb uitgelegd. Wat ga je thuis vertellen?’ Lees hoe je op B1 schrijft voor je cliënten.
Verwijs door.
Sinds 2020 is de gemeente verantwoordelijk voor de aanpak van laaggeletterdheid. Vraag dus bij je gemeente wat er in jouw wijk te doen is.
Fatima is ambulant begeleider. Een cliënt vraagt haar steeds om formulieren in te vullen, ‘want ik schrijf zo lelijk’. Hij heeft een map vol brieven, maar weet niet welke brief waarover gaat. Twee keer kwam hij een dag te laat naar een afspraak.
Bij het volgende bezoek legt Fatima haar telefoon weg en zegt: ‘Veel mensen vinden brieven van de gemeente lastig. Hoe is dat voor jou?’ Hij haalt zijn schouders op, en Fatima laat het rusten. Een maand later begint hij er zelf over: lezen heeft hij nooit goed geleerd. Samen bellen ze met Ik wil leren.
Fatima past ook haar eigen werk aan. Ze spreekt afspraken in als spraakbericht, en maakt met Afspraakkaart maken een kaart met plaatjes en grote letters. In het dossier zet ze alleen dat hij meer tijd nodig heeft. Dat vertelt ze hem ook.
Gesprekskaarten
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
Kaartje maken
Maak een duidelijke kaart voor de afspraak van je cliënt, met plaatjes en grote letters. Je print hem en geeft hem mee.
Bijgewerkt op .
Met plaatjes, een afspraakkaart, een dagplanning of een stappenkaart maak je zichtbaar wat je anders alleen vertelt. Dat helpt mensen die moeite hebben met lezen, met een licht verstandelijke beperking of met autisme, en iedereen die onder stress staat. Je kiest één doel per kaart, maakt hem samen met je cliënt en checkt of hij klopt.
Psycho-educatie is uitleg over wat er speelt, zodat je cliënt snapt waar problemen vandaan komen en wat helpt. Die uitleg blijft beter hangen als je cliënt zelf iets doet: tekenen, kaartjes kiezen, een beeld bedenken. Houd de inhoud bij betrouwbare bronnen en de behandelaar, en check samen of het is overgekomen.
Een digitaal hulpmiddel werkt beter als je het maakt met de mensen die het gaan gebruiken: cliënten, hulpverleners en de organisatie. Je begint bij de vraag, niet bij een app. Je maakt snel iets eenvoudigs om over te praten, leert ervan, en bouwt pas als het beeld klopt. Met een voorbeeld uit een wijkteam en antwoorden op vragen die vaak terugkomen.
Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.