Zo werkt het
- Kies een gevoel, bijvoorbeeld gespannen, warm of kriebel. Elk gevoel heeft een eigen patroon: een zigzag, golfjes, stippen.
- Kleur op het lichaam waar je het voelt, met je muis, je vinger of een pen. Kies hoe sterk: een beetje, best veel of heel erg. Draai het lichaam om voor je rug.
- Benoem wat je kleurde: wat is het voor gevoel, en wanneer is het er? Bij elke plek staat een vraag.
- Wil je vergelijken? Maak een tweede kaart, bijvoorbeeld voor en na een gesprek.
- Druk je kaart af, kopieer de tekst, of bewaar hem als bestand.
Waarom een lichaamskaart
Gevoelens merk je vaak eerst in je lijf: strakke schouders, een knoop in je buik, warme wangen. Soms is het makkelijker om dat aan te wijzen dan om het te zeggen. Een lichaamskaart helpt daarbij. Hulpverleners gebruiken lichaamskaarten ook bij kinderen.
Lijfkaart zegt niet wat een plek betekent. Een kleur op je buik kan bij iedereen iets anders zijn. Jij bepaalt wat het is.
Het lichaam en de patronen
- Het lichaam is getekend zonder man of vrouw te zijn. Bij Instellingen kies je een volwassene of een kind, en staand, zittend of in een rolstoel.
- Er zijn acht gevoelens: gespannen (zigzag), zwaar (streepjes), pijn (stekeltjes), warm (golfjes), koud (sneeuwkristalletjes), kriebel (stippen), leeg (open rondjes) en licht (sterretjes). Hoe sterker, hoe dichter het patroon. Je kunt de kaart dus ook zonder kleur lezen.
- Op de voorkant is jouw rechterkant links in beeld, zoals bij iemand die tegenover je staat.
De lichaamsscan
Wil je eerst rustig voelen wat er is? Kies Doe eerst een lichaamsscan. Je gaat met je aandacht van je hoofd naar je voeten, in dertien korte stappen. De plek waar je aandacht is, licht zacht op. Er loopt geen tijd: je gaat verder als je wilt. Het duurt een paar minuten. Daarna kleur je wat je merkte.
Aandacht voor je lijf kan veel losmaken, zeker als je nare dingen hebt meegemaakt. Je kunt altijd stoppen. Kijk dan even om je heen: naar de kamer, de stoel, de grond onder je voeten.
Samen met je cliënt
Doe je het samen, bijvoorbeeld als hulpverlener met je cliënt? Laat je cliënt zelf kleuren en vraag wat iemand voelt, niet wat het betekent. Met twee kaarten zie je verschil, bijvoorbeeld voor en na het gesprek, of op een goede en een zware dag. In het hulpmiddel staan meer tips, onder Samen met je cliënt.
Goed om te weten
- Alles werkt met het toetsenbord. Schilderen gaat met muis, vinger of pen; met het toetsenbord kies je een heel gebied, zoals je schouders of je buik, en kleur je dat.
- Onder de tekening staat altijd in woorden wat je kleurde. Die tekst kun je kopiëren.
- Lijfkaart is geen onderzoek en stelt geen diagnose. Heb je pijn die blijft of erger wordt? Ga dan naar je huisarts.
- Gaat het niet goed met je en wil je praten? Doe dat met iemand die je vertrouwt, je huisarts of een hulpverlener. Bij acuut gevaar bel je 112. Denk je aan zelfdoding, bel dan 113 of gratis 0800-0113.
Je gegevens
Wat je kleurt en schrijft, blijft in deze pagina op je eigen apparaat. Er wordt niets verstuurd en niets bewaard in je browser. Sluit of ververs je de pagina, dan is alles weg. De browser vraagt het eerst als je nog niet hebt bewaard.
- Het bestand komt op je apparaat, op de plek die je zelf kiest. Alles staat erin: je kleuren, de woorden en je antwoorden. Open het later weer om verder te gaan of om te vergelijken.
- Kopieer je de tekst, dan staat die op het klembord van je apparaat, tot je iets anders kopieert.
- Kies je bij afdrukken ‘Opslaan als pdf’? Dan staat je kaart als bestand op je apparaat.