• Uitleg
  • Voor hulpverleners

Bijgewerkt op

In het kort

Naar schatting 1,1 miljoen mensen in Nederland hebben een licht verstandelijke beperking (lvb). Internet kan hun eigen regie vergroten, maar veel digitale hulpmiddelen zijn te ingewikkeld. Een bruikbaar hulpmiddel is overzichtelijk, werkt met beeld, vraagt weinig stappen en heeft altijd een alternatief zonder scherm.

Wat is het

Volgens het Kennisplein Gehandicaptensector hebben mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) veel moeite met leren en met omgaan met dagelijkse situaties. Meer moeite dan de meeste mensen van hun leeftijd en cultuur.

Of iemand een lvb heeft, hangt af van twee dingen. Het eerste is de intelligentie: iemand met een lvb heeft een IQ tussen 50 en 70. Mensen met een gemiddelde intelligentie hebben een IQ tussen 85 en 115. Het tweede zijn de adaptieve vaardigheden: hoe iemand zich redt in het dagelijks leven. Daarbij gaat het om lezen, schrijven en rekenen, om omgaan met andere mensen, en om praktische dingen zoals voor jezelf zorgen en de bus nemen.

Mensen met een IQ tussen 70 en 85 zijn zwakbegaafd en hebben eigenlijk geen lvb. Toch kunnen ze in Nederland dezelfde zorg krijgen, als ze daarnaast ook (ernstige) psychische of sociale problemen hebben.

Naar schatting gaat het in Nederland om 1,1 miljoen mensen. Kennisorganisatie Vilans telt daarin ook de zwakbegaafde mensen mee die zich minder goed redden. Het precieze aantal weet niemand, omdat IQ en redzaamheid niet worden geregistreerd. Het is een grote en daardoor heel verschillende groep.

Waarom het ertoe doet

Steeds meer dingen regel je via internet: een DigiD aanvragen, huurtoeslag aanvragen, beeldbellen. Vilans onderzocht in 2022, samen met de LFB, hoe mensen met een lvb daarmee omgaan. De LFB is de belangenvereniging voor en door mensen met een beperking. Een vragenlijst werd 37 keer ingevuld, en Vilans voerde gesprekken met negen mensen en met twee groepen van vijf. Het is een klein onderzoek. Mensen met bijna geen digitale vaardigheden zitten er niet in, omdat de vragenlijst online stond.

Internet geeft deelnemers meer eigen regie, zeggen ze zelf. Ze zoeken informatie op, hebben contact met anderen en doen er leuke dingen mee. Maar het is ook lastig: te veel informatie, het overzicht kwijtraken, teksten die moeilijk te begrijpen zijn, en angst voor criminelen op internet. Voor dingen als rekeningen betalen of een afspraak maken, hadden deelnemers eerst hulp nodig van hun partner, familie of begeleider. Daarna lukte het meestal zelf. Anderen laten zulke zaken helemaal aan een naaste over.

Volgens het rapport verbergen veel mensen met een lvb wat ze niet weten of niet kunnen. Ze laten zich zien als iemand die alles zelf kan. Daardoor merkt niemand dat ze eigenlijk hulp nodig hebben. Vaak moet jij het dus opmerken.

Wat een hulpmiddel bruikbaar maakt

De deelnemers gaven zelf tips, en Vilans vulde ze aan. Samen vormen ze een lijst om een hulpmiddel langs te leggen:

  • Overzichtelijk. Taal op taalniveau B1, veel beeld en niet te veel tekst op één scherm. Moeilijke woorden hebben een uitleg.
  • Goed te zien. Grote letters, genoeg contrast en rustige kleuren.
  • Weinig stappen. Niet eerst iets installeren of inlogcodes aanvragen. Hoe minder tussenstappen, hoe beter.
  • Laat zien hoe het werkt. Een kort filmpje met uitleg helpt.
  • Altijd een alternatief. Er is een mens die je kunt bellen of bij wie je langs kunt gaan als het online niet lukt.
  • Herhaling. Mensen met een lvb onthouden iets beter als ze het vaker zien of doen.

Let ook op de toon van de plaatjes. Bij de leermodule ‘Weet wat je kan’ vonden sommige deelnemers de tekeningen in het begin wat kinderachtig, meldt het Kennisplein. Een hulpmiddel voor volwassenen moet er ook volwassen uitzien.

Voorbeelden

  • Structuur in de dag. Van de mensen met een beperking hebben mensen met een lvb of met hersenletsel volgens Vilans het meeste aan hulpmiddelen voor de dagstructuur. Ze vinden het moeilijk om hun dag in te delen en overzichtelijk te houden. Zo’n hulpmiddel geeft bijvoorbeeld herinneringen op een scherm, met tekst en symbolen. Dan moet je cliënt wel kunnen lezen. Met Mijn dag maakt je cliënt een plan voor de ochtend, middag en avond, met plaatjes, en drukt het af. De Tijdklok laat zien hoeveel tijd er nog over is.
  • Afspraken onthouden. Met Afspraakkaart maken maak je een duidelijke kaart met plaatjes en grote letters voor de afspraak van je cliënt, die je meegeeft.
  • Zeggen wat je wilt. Met Praatkaartjes kiest je cliënt een foto, en er komt een vraag bij. Zo hoeft niet alles in woorden.
  • Hulp bij digitale zaken. Mensen met een lvb gebruiken hulplijnen zoals de Vraag-app en de website Steffie.nl weinig, vaak omdat ze ze niet kennen, schrijft Vilans. Wijs je cliënt er dus op, en kijk er samen naar.

Zo introduceer je een hulpmiddel

  1. Begin bij de persoon. Het NJi raadt aan om aan te sluiten bij iemands gewoontes, interesses en waar iemand goed in is.
  2. Doe het samen, in kleine stappen, en herhaal. Maak een stappenplan met concrete tips en voorbeelden, en oefen op verschillende manieren. Houd er rekening mee dat iemand met een lvb meer tijd nodig heeft om iets te leren, en zich minder lang kan concentreren.
  3. Check of het is overgekomen. Vraag je cliënt om in eigen woorden te vertellen hoe het werkt. Pharos noemt dat de terugvraagmethode.
  4. Betrek het netwerk, met toestemming. Familie of een begeleider helpt vaak al met digitale dingen. Vraag je cliënt of je hen mag betrekken, zodat zij op dezelfde manier helpen.
  5. Houd een weg zonder scherm open, zoals een papieren planning of een vast telefoonnummer.

Let op

  • Vraag concreet. “Lukt dat?” levert vaak een “ja” op. “Laat eens zien hoe je een afspraak in je telefoon zet” zegt meer.
  • Praat over oplichting. Volgens Vilans lopen mensen met een lvb meer risico om slachtoffer te worden van oplichting en andere criminaliteit via internet. Leg uit hoe je een nep-bericht herkent, en bij wie je kunt checken of iets klopt.
  • Neem het niet over. Een hulpmiddel kan iemand zelfstandiger maken, maar ook afhankelijker, als er steeds iemand bij moet helpen. Lees ook Zelfregie en digitale hulpmiddelen.
  • Laat mensen meedenken. Maak je zelf een hulpmiddel of een tekst? Laat mensen met een lvb testen of de taal makkelijk is en of plaatjes helpen. Dat raden Vilans en de LFB aan.

Meer weten

Hulpmiddelen die hierbij passen

  • Kaartje maken

    Afspraakkaart maken

    Maak een duidelijke kaart voor de afspraak van je cliënt, met plaatjes en grote letters. Je print hem en geeft hem mee.

  • Dagplanner

    Mijn dag

    Maak een plan voor je dag, met plaatjes. Kies wat je doet in de ochtend, de middag en de avond, en druk je dag af.

  • Gesprekskaarten

    Praatkaartjes

    Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.

Bronnen

  1. Licht verstandelijke beperking (LVB)  (externe website)Kennisplein Gehandicaptensector. Gelezen op .
  2. Digitale vaardigheden van mensen met een lvb in het sociaal domein. Rapportage (10 oktober 2022)  (externe website)Vilans, met de LFB (gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl). Gelezen op .
  3. Mensen met een licht verstandelijke beperking en meedoen. Hoe goed kunnen zij meedoen via internet? (samenvatting)  (externe website)Vilans, met de LFB (gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl). Gelezen op .
  4. 7 tips om meedoen via internet te vergroten  (externe website)Kennisplein Gehandicaptensector. Gelezen op .
  5. Hoe ondersteun je iemand met een licht verstandelijke beperking?  (externe website)Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Gelezen op .
  6. Dagstructuurondersteuning  (externe website)Vilans. Gelezen op .
  7. Psycho-educatie: 'Weet wat je kan', in gesprek over LVB  (externe website)Kennisplein Gehandicaptensector. Gelezen op .
  8. De terugvraagmethode: infosheet  (externe website)Pharos. Gelezen op .

Bijgewerkt op .

Meer over dit onderwerp

Samen iets bouwen?

Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.

Stuur een berichtje [email protected]