Lijstje maken
Vragen voor je afspraak
Schrijf van tevoren op wat je wilt vertellen en vragen, en wat je meeneemt. Druk je lijstje af, met ruimte voor de antwoorden.
Beeldbellen kan een gesprek makkelijker maken: je cliënt hoeft niet te reizen en een naaste of tolk kan meedoen. Het past niet bij elke vraag of elke thuissituatie. Beslis het samen, oefen vooraf, gebruik het programma dat je organisatie heeft gekozen en spreek af wat je doet als de verbinding wegvalt.
Beeldbellen is een gesprek via een directe videoverbinding: jij en je cliënt zien en horen elkaar op een scherm. Pharos, het expertisecentrum voor gezondheidsverschillen, noemt ook andere woorden die hetzelfde betekenen, zoals videobellen en videoconsult. Je gebruikt er een computer, tablet of telefoon voor, met een camera en internet.
In de hulpverlening gaat het meestal om een gewoon gesprek op afstand. Een wijkteammedewerker spreekt een cliënt die slecht ter been is. Een ambulant begeleider heeft tussen twee huisbezoeken een kort contactmoment. Vilans, de kennisorganisatie voor zorg en ondersteuning, beschrijft ook beeldzorg: zorg via een beeldscherm, waarbij een hulpverlener iemand op afstand helpt bij gewone dingen van de dag. Bij mensen met een beperking die ambulante begeleiding krijgen, lijkt dat volgens Vilans vooral te helpen als extra steun tussendoor. Bijvoorbeeld als er een ingewikkelde brief binnenkomt die stress geeft.
Beeldbellen vervangt een huisbezoek niet vanzelf. Het is een extra manier om contact te hebben, die bij sommige cliënten en sommige gesprekken past, en bij andere niet.
Pharos noemt voordelen die ook in de hulpverlening gelden:
Er zijn ook nadelen. Het contact is minder persoonlijk. Je kunt niet alles doen wat in het echt wel kan: Pharos noemt bijvoorbeeld dat lichamelijk onderzoek niet kan. En voor sommige mensen is beeldbellen te moeilijk, omdat ze er weinig ervaring mee hebben of er de spullen niet voor hebben.
Toch klopt het niet dat beeldbellen alleen werkt voor mensen die digitaal handig zijn. Veel hulpverleners in de zorg denken dat wel, schrijft Pharos. Met een kleine inspanning, zoals goede uitleg en één keer samen oefenen, lukt het vaak ook met cliënten die weinig digitale ervaring hebben. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) wijst er ook op dat mensen digitale zorg moeten willen én kunnen gebruiken. Goede informatie, ondersteuning en nazorg zijn daarom belangrijk.
De KNMG, de federatie van artsen, heeft een handreiking voor artsen over videoconsulten. Veel van wat daarin staat, geldt ook voor gesprekken in de hulpverlening. Volgens de KNMG beslis je samen met je cliënt:
De KNMG noemt ook situaties waarin beeldbellen minder geschikt is. Voor de hulpverlening zijn dit de belangrijkste:
Beslis samen. Stel de drie vragen van hierboven, en vul het antwoord niet in voor je cliënt. Dat raadt Pharos aan. Zeg er ook bij dat een gesprek in het echt kan blijven, en dat je cliënt kan wisselen.
Kijk wat je cliënt al kan. Pharos heeft een korte lijst met vragen om digitale vaardigheden in te schatten. Heb je een computer, telefoon of tablet met internet? Gebruik je e-mail, zodat ik je een link kan sturen? Gebruik je wel eens een app, en kun je er zelf een downloaden? Is het antwoord vaak “nee” of “met hulp”, dan plan je extra uitleg.
Gebruik het programma van je organisatie. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is je organisatie ervoor verantwoordelijk dat je veilig kunt communiceren met cliënten. Je organisatie moet daarvoor veilige manieren om te videobellen aanbieden. Weet je niet welk programma dat is, of twijfel je? Vraag het de functionaris gegevensbescherming (FG): degene die binnen je organisatie toezicht houdt op de privacyregels en advies geeft. Is er geen FG? Vraag dan je leidinggevende wie over privacy gaat. Werkt de maker van het programma in opdracht van je organisatie met gegevens van cliënten? Dan moet er volgens de AP een verwerkersovereenkomst zijn: een contract over wat de maker met de gegevens mag doen. Voor zorgaanbieders geldt bovendien dat hun informatiebeveiliging moet voldoen aan NEN 7510, de wettelijke norm voor informatiebeveiliging in de zorg. Dat schrijft de IGJ. Welke regels voor jouw organisatie gelden, weet je FG.
Oefen één keer samen. Pharos raadt aan om het een keer samen met je cliënt door te lopen, bijvoorbeeld met een proefgesprek. Dat kan tijdens een huisbezoek. Volgens Pharos is één keer goed uitleggen vaak genoeg, maar veel mensen willen de stappen ook op papier. Maak een kaartje met drie stappen en een plaatje.
Spreek een plan B af. Noteer het telefoonnummer van je cliënt, zodat je kunt bellen als de verbinding wegvalt. Dat raadt de KNMG aan. Vertel je cliënt vooraf: “Valt het beeld weg, dan bel ik je gewoon.” De IGJ noemt afhankelijk worden van techniek een van de risico’s van digitale zorg. Een plan B hoort er dus altijd bij.
Laat je cliënt zich voorbereiden. Met Vragen voor je afspraak schrijft je cliënt vooraf op wat die wil vertellen en vragen. Vraag je cliënt ook om een plek te zoeken waar die rustig en vrij kan praten.
Bereid jezelf voor. De KNMG geeft tips die ook voor jou gelden. Zit in een eigen ruimte met een rustige achtergrond, en vraag collega’s of huisgenoten om niet binnen te komen. Test vooraf of geluid en microfoon werken. Zorg voor licht op je gezicht, zet de camera stevig op ooghoogte, en gebruik oortjes als het geluid slecht is of galmt.
Begin zoals je een gesprek in het echt begint. Heet je cliënt welkom en vraag of die je goed ziet en hoort, en andersom. Vraag of er iemand anders in de kamer is, en of je cliënt het goed vindt dat die meeluistert. Ga je aantekeningen maken? Zeg dat, zodat je cliënt snapt waarom je soms wegkijkt.
Houd het overzichtelijk. Kies aan het begin samen de onderwerpen, bijvoorbeeld met Waar gaat het vandaag over?. Deel je je scherm? Zorg dan dat er alleen informatie van deze cliënt openstaat. De KNMG waarschuwt dat je anders per ongeluk gegevens van een ander laat zien.
Sluit goed af. Check of je uitleg is overgekomen met de terugvraagmethode van Pharos: vraag je cliënt om in eigen woorden te vertellen wat jullie hebben afgesproken. Vraag daarna hoe het beeldbellen ging, bijvoorbeeld met Hoe ging het gesprek?. Leg het gesprek vast zoals je dat bij een gewoon gesprek doet.
Niet iedereen ziet, hoort of leest even goed. Het World Wide Web Consortium (W3C), dat de internationale richtlijnen voor toegankelijke websites maakt, heeft een notitie over toegankelijk online vergaderen. Daaruit halen we deze punten voor een gesprek met je cliënt:
Pharos voegt eraan toe: zorg dat je cliënt ergens terechtkan met vragen over de techniek. Soms biedt de maker van het programma zo’n helpdesk. Anders kan je organisatie collega’s aanwijzen die vragen over beeldbellen beantwoorden.
Een wijkteammedewerker ziet elke twee weken een vrouw van 72. Ze woont alleen, kan slecht lopen en heeft na een verhuizing veel te regelen. Elk huisbezoek kost veel reistijd. De wijkteammedewerker vraagt of ze het afwisselend via beeld zou willen doen.
Ze twijfelt. “Ik kan alleen appen met mijn kleinzoon.” Samen lopen ze de vragen van Pharos langs: ze heeft een tablet met internet en gebruikt e-mail, maar een app downloaden lukt niet. Tijdens het volgende huisbezoek installeren ze samen het programma dat de organisatie gebruikt. Ze doen een proefgesprek: de wijkteammedewerker loopt naar de gang en belt haar vanaf de eigen werktelefoon. Het beeld werkt, het geluid niet. Samen vinden ze de knop. Daarna maakt de wijkteammedewerker een kaartje met drie stappen en een plaatje van die knop.
Het eerste echte gesprek valt na tien minuten weg. De wijkteammedewerker belt haar, zoals afgesproken, en ze maken het gesprek telefonisch af. De tweede keer gaat het goed. Aan het eind vertelt ze in eigen woorden wat ze deze week gaat regelen.
Na een maand kijken ze samen terug. Ze vindt beeldbellen fijn voor korte dingen, maar over geld praat ze liever aan tafel. Haar zoon is soms in huis, en ze wil niet dat hij meeluistert. Zo spreken ze het af: kleine dingen via beeld, geld en post bij het huisbezoek.
Wat zeg je tegen je cliënt? Bijvoorbeeld: “Je hoeft niets te kunnen. We oefenen het eerst samen. En lukt het niet, dan bel ik je gewoon.” En aan het begin van elk gesprek: “Is er iemand bij je in de kamer? Vind je het goed dat die meeluistert?”
Wat zeg je tegen een collega? Bijvoorbeeld: “We gebruiken het programma dat de organisatie heeft gekozen, ook als een andere app sneller lijkt. Daarover zijn de afspraken over privacy al gemaakt.”
Mag ik beeldbellen via een gewone app, zoals een app die mijn cliënt al heeft? Dat hangt af van de afspraken in je organisatie. Volgens de AP moet je organisatie veilige manieren aanbieden om te videobellen. Zijn die er niet, dan spreek je voor inhoudelijke gesprekken volgens de AP in het echt af. Gebruik je toch een gewone app, dan noemt de AP een paar aandachtspunten: bespreek zo min mogelijk gevoelige gegevens, vertel je cliënt over de risico’s voor de privacy, vraag toestemming en controleer of de app berichten versleuteld verstuurt. Vraag je FG wat bij jullie mag.
Wat doe ik als het beeld steeds hapert? Stop en bel. Je spreekt vooraf af dat je dat doet, zodat je cliënt niet schrikt. Kijk daarna samen wat hielp: een betere plek in huis, oortjes, of het gesprek toch in het echt.
Mijn cliënt wil dat een familielid meekijkt. Mag dat? Meestal wel, als je cliënt dat zelf wil. Vraag het aan het begin van het gesprek, en vraag ook of het familielid bij elk onderwerp mag blijven. Een tolk of mantelzorger kan juist een reden zijn om te beeldbellen.
Lijstje maken
Schrijf van tevoren op wat je wilt vertellen en vragen, en wat je meeneemt. Druk je lijstje af, met ruimte voor de antwoorden.
Gesprekshulp
Kies aan het begin van een gesprek samen de onderwerpen voor vandaag. Zet ze op volgorde en zeg waar je mee begint. Zo heb je een kaart voor op tafel.
Terugblik
Laat aan het eind van een gesprek weten hoe het ging. Kies bij vier zinnen een gezichtje, en bekijk de antwoorden daarna samen.
Bijgewerkt op .
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is de Europese wet die persoonsgegevens beschermt. Gegevens over iemands gezondheid krijgen extra bescherming. Hier lees je wat dat betekent in je dagelijkse werk: van mail en foto's tot apps en chatbots. Twijfel je? Vraag dan de functionaris gegevensbescherming van je organisatie.
Loop deze punten langs voordat je een app gebruikt met een cliënt. Zo weet je welke gegevens de app vraagt, waar ze heen gaan en wat je organisatie moet regelen. Kun je een punt niet afvinken, of twijfel je? Vraag dan de functionaris gegevensbescherming van je organisatie.
Een nieuw digitaal hulpmiddel werkt pas als je team het echt gebruikt. Begin bij het probleem dat je wilt oplossen, probeer het eerst klein uit en betrek cliënten en alle collega's. Kijk daarna samen wat het oplevert, en beslis dan pas of je doorgaat.
Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.