Website
Schrijfmaatje
Stuur een ouderwets kaartje naar iemand die je niet kent. Die kan anoniem terugschrijven.
Digitale inclusie betekent dat niemand buiten de boot valt nu steeds meer online gaat. Lang niet iedereen kan vanzelf meedoen. Als hulpverlener of organisatie kun je veel doen: ernaar vragen, goed doorverwijzen, een weg zonder scherm openhouden en je eigen hulpmiddelen samen met cliënten testen.
Inclusie betekent: niemand buitensluiten. De Rijksoverheid wil dat iedereen kan meedoen nu steeds meer digitaal gaat. Dat heet digitale inclusie. Niet iedereen kan digitale diensten even makkelijk gebruiken, schrijft de overheid. Iemand mist bijvoorbeeld de middelen of de vaardigheden, of heeft een beperking. Wie niet mee kan, loopt kansen mis en dreigt verder achter te raken.
Meedoen vraagt meer dan handig zijn met een telefoon. Je hebt een apparaat nodig, zoals een computer, tablet of smartphone. Je moet kunnen lezen, schrijven en rekenen, zegt Stichting Lezen en Schrijven. En je moet begrijpen hoe de digitale wereld werkt, bijvoorbeeld wat veilig is.
Het CBS meet digitale vaardigheden op vijf gebieden, zoals online communiceren en je privacy beschermen. In 2023 kon 95 procent van de mensen van 12 jaar en ouder méér dan de basis bij online communiceren. Bij privacy beschermen was dat 74 procent. Wie makkelijk appt, is dus niet vanzelf handig met alles wat online gebeurt.
Veel mensen doen niet vanzelf mee:
Nederland is ver met digitaliseren. Daarom zijn de gevolgen groot als je niet mee kunt, schrijft de Rijksoverheid. Volgens Pharos lopen mensen met beperkte digitale vaardigheden bijvoorbeeld vast bij een uitnodiging per mail, een QR-code, inloggen in een portaal of beeldbellen. Moeite met lezen, schrijven of rekenen heeft volgens Stichting Lezen en Schrijven ook andere gevolgen, zoals minder grip op geldzaken.
Pharos ziet ook dat veel mensen wél willen meedoen, maar niet weten hoe. Of ze missen net dat ene zetje. Toch wordt te vaak aangenomen dat mensen niet willen. En hulp vragen is lastig: in een filmpje van Pharos vertelt een man dat mensen bang zijn en zich schamen om hulp te vragen.
Een ambulant hulpverlener bezoekt een vrouw van 67. Er ligt een brief van de gemeente: ze moet iets online aanvragen. “Dat doet mijn zoon altijd,” zegt ze. Maar haar zoon woont ver weg.
De hulpverlener vraagt wat ze al doet op haar telefoon. Ze appt elke dag met haar kleinkinderen, maar ze heeft nog nooit met DigiD ingelogd. Hij doet de aanvraag niet voor haar met haar gegevens. Samen schrijven ze op wat ze wil vragen, en ze gaan samen naar het Informatiepunt Digitale Overheid in de bibliotheek. Daar doet ze de aanvraag, met hulp.
Voor haar belastingaangifte machtigt ze haar zoon met DigiD Machtigen, voor een jaar. Haar vaste afspraken krijgt ze voortaan ook op papier. Later volgt ze een cursus in de bibliotheek.
Wat zeg je tegen je cliënt? Bijvoorbeeld: “Veel mensen vinden inloggen bij de gemeente lastig. Hoe gaat dat bij jou? Als je wilt, zoeken we samen uit wie je daarbij kan helpen.”
Website
Stuur een ouderwets kaartje naar iemand die je niet kent. Die kan anoniem terugschrijven.
Lijstje maken
Schrijf van tevoren op wat je wilt vertellen en vragen, en wat je meeneemt. Druk je lijstje af, met ruimte voor de antwoorden.
Kaartje maken
Maak een duidelijke kaart voor de afspraak van je cliënt, met plaatjes en grote letters. Je print hem en geeft hem mee.
Tekstcheck
Check of je tekst makkelijk te lezen is. Je ziet lange zinnen en moeilijke woorden, met een makkelijker woord ernaast.
Gesprekskaarten
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
Generator
Maak in een paar stappen een toegankelijkheidsverklaring voor je website, als pdf.
Bijgewerkt op .
Een digitaal hulpmiddel werkt beter als je het maakt met de mensen die het gaan gebruiken: cliënten, hulpverleners en de organisatie. Je begint bij de vraag, niet bij een app. Je maakt snel iets eenvoudigs om over te praten, leert ervan, en bouwt pas als het beeld klopt. Met een voorbeeld uit een wijkteam en antwoorden op vragen die vaak terugkomen.
Co-creatie betekent samen maken: je ontwikkelt iets met de mensen die het gaan gebruiken. Cliënten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners denken dan niet alleen mee, ze bepalen ook mee. Wat je samen maakt, past beter bij hun leven en hun werk. Ook bij het invoeren helpt het.
Naar schatting 1,1 miljoen mensen in Nederland hebben een licht verstandelijke beperking (lvb). Internet kan hun eigen regie vergroten, maar veel digitale hulpmiddelen zijn te ingewikkeld. Een bruikbaar hulpmiddel is overzichtelijk, werkt met beeld, vraagt weinig stappen en heeft altijd een alternatief zonder scherm.
Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.