Voor- en nadelen
Wikken en wegen
Twijfel je over een keuze? Zet de voordelen en nadelen op een rij en kies hoe zwaar ze voor je wegen. Een weegschaal laat zien wat je opschreef. Kiezen doe je zelf.
Zelfregie betekent dat je zelf richting geeft aan je leven, ook als je hulp nodig hebt. Het gaat om zelf beslissen, niet om alles zelf doen. Een digitaal hulpmiddel kan je cliënt meer regie geven, maar ook minder: het hangt af van wie kiest, wie meekijkt en wie kan stoppen.
Zelfregie betekent dat je zelf richting geeft aan je leven, ook als je daarbij hulp nodig hebt. Een ander woord ervoor is eigen regie. Het beeld dat erbij hoort: ik zit achter het stuur, ook al kan ik niet alles zelf.
Je ervaart zelfregie als vier dingen kloppen. Je kunt:
Zelfregie is iets anders dan zelfredzaamheid: het eerste gaat over zelf beslissen, het tweede over zelf doen. Wie hulp krijgt, kan dus nog steeds de regie hebben. Naast elkaar zien de woorden er zo uit:
| Begrip | Waar het om gaat | Vraag |
|---|---|---|
| Eigen regie | zelf bepalen | Wat wil ik? |
| Eigen kracht | zelf kunnen | Wat kan ik? |
| Zelfredzaamheid | zelfstandig mee kunnen doen | Is er hulp of een voorziening nodig? |
| Eigen verantwoordelijkheid | zelf moeten of mogen | Wat moet of mag ik zelf doen? |
Wie eigen regie ervaart, gaat beter om met tegenslag. Bij ouderen is dat onderzocht: ze hebben minder stress en voelen zich beter. Ligt de nadruk te veel op zelf doen, dan gebeurt het omgekeerde, en verdwijnt juist de motivatie om zelf aan het stuur te staan.
Vaak zit de manier waarop hulp georganiseerd is in de weg. Je mag je begeleider niet kiezen, je kunt je dossier niet inzien, of je krijgt geen keus in de aanpak. Hoe dat voelt, blijkt uit het verhaal van een cliënt wiens maatschappelijk werker met de huisarts wilde praten zonder hem erbij: hij voelde zich een niksnut.
Een digitaal hulpmiddel kan dat beter maken, of slechter.
Het helpt als je cliënt zelf ziet wat er over hem of haar is vastgelegd. Dat is ook een recht: iedereen mag een organisatie vragen welke gegevens ze over hem of haar heeft, en daar horen meningen en beoordelingen bij. Het helpt ook als je cliënt zelf bepaalt wie wat mag doen. Met DigiD Machtigen kiest iemand bijvoorbeeld zelf welke taak een sociaal werker mag regelen en voor hoe lang, en zo’n machtiging is ook weer in te trekken.
Het werkt tegen als het hulpmiddel kiest in plaats van je cliënt, of meekijkt zonder dat die dat wil. Een sensor in de wc is daar een voorbeeld van. Sommige cliënten denken dat het een camera is, en gaan dan liever in een café naar de wc.
Stel vier vragen voordat je een hulpmiddel inzet:
Bij elk van de vier punten uit het begin past een hulpmiddel dat je samen met je cliënt gebruikt:
Een ambulant begeleider werkt met een man die na een scheiding het overzicht kwijt is. De organisatie heeft een app waarin cliënten taken afvinken en de begeleider meekijkt.
De begeleider loopt eerst de vier vragen met hem langs. Ze vertelt dat het ook zonder app kan. Hij wil dat ze zijn afspraken ziet, maar niet hoe hij zich voelt, dus dat stuk zetten ze uit. Zijn doel is: “Ik wil mijn post zelf weer kunnen bijhouden.”
De eerste weken sorteert zij zijn post, en ze zegt erbij dat dat tijdelijk is. Elke week doet hij een stapel meer zelf. Na twee maanden gebruikt hij de app alleen nog voor afspraken. De post doet hij met een bakje en een lijstje op papier.
Wat zeg je tegen je cliënt? Bijvoorbeeld: “Jij beslist of we dit gebruiken. Wil je stoppen, zeg het dan, dan zoeken we iets anders. Onze afspraken gaan gewoon door.”
Voor- en nadelen
Twijfel je over een keuze? Zet de voordelen en nadelen op een rij en kies hoe zwaar ze voor je wegen. Een weegschaal laat zien wat je opschreef. Kiezen doe je zelf.
Kaartjes
Waar ben jij goed in? Kies de kaartjes die bij je passen, of kies er drie voor iemand anders. Schrijf erbij wanneer je dit liet zien.
Netwerkkaart
Zet de mensen om je heen in drie cirkels: dichtbij, een beetje verder en verder weg. Zo zie je in één tekening wie er voor je zijn. Er staan vragen bij om over te praten, en je kunt alles afdrukken.
Gespreksrad
Draai aan het rad en krijg een vraag om over na te denken of over te praten. Er zijn vragen voor jezelf, en vragen voor hulpverleners over hun vak, bijvoorbeeld om met een collega te bespreken.
Gesprekskaarten
Soms is praten lastig. Kies een foto die past bij wat je wilt zeggen, dan komt er een vraag bij om over te praten. Handig aan het begin van een gesprek, of als het even stilvalt.
Beeldbellen kan een gesprek makkelijker maken: je cliënt hoeft niet te reizen en een naaste of tolk kan meedoen. Het past niet bij elke vraag of elke thuissituatie. Beslis het samen, oefen vooraf, gebruik het programma dat je organisatie heeft gekozen en spreek af wat je doet als de verbinding wegvalt.
Een nieuw digitaal hulpmiddel werkt pas als je team het echt gebruikt. Begin bij het probleem dat je wilt oplossen, probeer het eerst klein uit en betrek cliënten en alle collega's. Kijk daarna samen wat het oplevert, en beslis dan pas of je doorgaat.
Een goed digitaal hulpmiddel past bij de vraag van je cliënt en bij wat die kan. Begin daarom bij het doel, niet bij de app. Kijk daarna naar privacy, toegankelijkheid, kosten en bewijs, en beslis samen met je cliënt.
Heb je een idee, mis je iets, of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? Stuur ons een berichtje en vertel in een paar zinnen wat er speelt. We lezen alles en denken graag mee, en het verplicht je tot niets.