Gesprekskaarten
Praatkaartjes
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
Psycho-educatie is uitleg over wat er speelt, zodat je cliënt snapt waar problemen vandaan komen en wat helpt. Die uitleg blijft beter hangen als je cliënt zelf iets doet: tekenen, kaartjes kiezen, een beeld bedenken. Houd de inhoud bij betrouwbare bronnen en de behandelaar, en check samen of het is overgekomen.
Psycho-educatie is uitleg over wat er met iemand aan de hand is, en over wat daarbij kan helpen. Vaak gaat het om een diagnose, zoals ADHD. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) beschrijft het bij ADHD zo: informatie en tips over het gedrag van je kind, over je eigen reacties daarop en over manieren om er anders mee om te gaan. En over hoe je de omgeving kunt aanpassen. In het behandelplan voor een kind met ADHD is dit meestal het eerste onderdeel.
Voor volwassenen zegt Thuisarts het in gewone woorden: probeer je klachten te begrijpen en te herkennen. Dan weet je beter waar problemen door komen, en wat je dan kunt doen. De huisarts, psycholoog of psychiater helpt daarbij.
Psycho-educatie hoeft geen folder te zijn, en ook geen gesprek waarin alleen de hulpverlener praat. Creatieve psycho-educatie is dezelfde uitleg in een andere vorm: je cliënt tekent, kiest kaartjes, bedenkt een beeld of speelt een spel. De inhoud blijft hetzelfde. Wat verandert, is dat je cliënt meedoet in plaats van luistert.
Een diagnose geeft een naam, maar nog geen begrip. Een diagnose geeft een naam aan wat iemand vaak al lang merkt. Dat kan helpen bij het zoeken naar steun die past. Maar een diagnose roept ook veel op, en niet iedereen leest makkelijk. Uitleg die je cliënt zelf vormgeeft, sluit aan bij het eigen leven in plaats van bij een folder.
Wat je doet, onthoud je beter. Kinderen uit de Knel is een groepsaanpak voor ouders die na een scheiding in een felle strijd blijven, met een aparte groep voor hun kinderen. In de beschrijving ervan staat dat psycho-educatie beter werkt als ouders het ook ervaren in oefeningen. Het geleerde blijft dan beter hangen. Dat gaat over één aanpak voor één groep, dus het is geen bewijs dat elke creatieve vorm werkt. Wel laat het zien waarom meedoen iets toevoegt aan alleen uitleggen.
Beeld opent een gesprek. Pharos, het expertisecentrum voor gezondheidsverschillen, maakt beeldverhalen voor mensen die moeite hebben met lezen. Volgens Pharos sluit zo’n beeldverhaal aan bij de belevingswereld van mensen, en geeft het aanknopingspunten voor een gesprek. Een tekening of een kaartje werkt op dezelfde manier: je praat over iets wat op tafel ligt, niet over iets wat alleen in je hoofd zit.
Je cliënt is meer dan een label. Een creatieve werkvorm laat ruimte voor wat iemand zelf meemaakt. Dat past bij hoe je over mensen praat. Het Taalkompas van de Rijksoverheid raadt aan om “persoon met ADHD” te schrijven, en niet “ADHD’er”. Zo staat de mens voorop, niet de diagnose.
Vraag wat je cliënt wil snappen. Begin niet met jouw uitleg, maar met een vraag. “Wat is er voor jou nog onduidelijk sinds de diagnose?” of “Wanneer merk je er het meest van?” Het antwoord bepaalt waar je begint.
Haal de inhoud uit een betrouwbare bron. De uitleg over de diagnose zelf komt van wie de diagnose stelde of behandelt. Bespreek met je cliënt wat die al heeft gehoord. Lees samen een betrouwbare tekst, zoals de pagina over ADHD op Thuisarts. Verzin geen eigen uitleg over oorzaken of medicijnen.
Kies een vorm die past. Er is niet één goede vorm. Een paar mogelijkheden:
Houd het klein. Eén onderwerp per keer is genoeg. Liever vijf korte gesprekken met één tekening dan één lang gesprek met alles erin.
Laat je cliënt het werk doen. Je cliënt tekent, kiest en schuift. Jij stelt vragen en luistert. Pak de pen niet over, ook niet als het sneller gaat.
Maak de stap naar morgen. Vraag na elke uitleg: “Wat betekent dit voor je week?” Kies samen één ding om uit te proberen. Thuisarts geeft volwassenen met ADHD bijvoorbeeld de tip om in je agenda te zetten wat je die dag gaat doen, en hoe lang dat duurt.
Check of het is overgekomen. Gebruik de terugvraagmethode van Pharos: vraag je cliënt om in eigen woorden te vertellen wat jullie hebben besproken. Houd de vraag bij jezelf, zodat het niet voelt als een overhoring. Bijvoorbeeld: “Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd. Wat ga je thuis vertellen?”
Geef iets mee, ná de uitleg. De tekening of de gekozen kaartjes gaan mee naar huis. Pharos raadt aan om voorlichtingsmateriaal pas mee te geven na een goede uitleg, en niet in plaats daarvan.
Betrek naasten, als je cliënt dat wil. Bij kinderen gaat psycho-educatie volgens het NJi ook over de ouders: hoe zij reageren, en wat zij anders kunnen doen. Ook ‘Weet wat je kan’ is bedoeld voor gesprekken met de cliënt, de naasten en de begeleiders. Vraag altijd eerst of je cliënt dat wil.
Wijs op mensen die het zelf meemaken. Kennis van een deskundige helpt, en herkenning bij anderen helpt op een andere manier. Thuisarts verwijst mensen met ADHD naar Impuls & Woortblind, een vereniging voor en door mensen met onder meer ADHD en dyslexie. De vereniging houdt door het hele land bijeenkomsten waar je anderen met ADHD ontmoet.
Samen leren over ADHD. In mei 2022 hield de podcast ADHD Dingen een webinarweekend, omdat de podcast twee jaar bestond. Een webinar is een les of praatje dat je live via internet volgt. Op zaterdag 21 en zondag 22 mei was er van 10.00 tot 16.00 uur elk uur een andere spreker, twaalf in totaal. Wie zich aanmeldde, kon thuis live meekijken via YouTube. Het ging over relaties, ondernemen, moederschap en vrouwen met ADHD, en ook over prikkels, emoties en hoe je ergens aan begint. Een van de sessies heette “Je bent niet een label, je hebt een label”. Die zin vat samen waar psycho-educatie om draait: je leert je diagnose kennen, zonder dat die bepaalt wie je bent. Het programma draaide om kennis en herkenning tegelijk.
Eén-op-één met een ambulant begeleider. Een ambulant begeleider werkt met een vrouw van 24. Ze heeft net van de ggz gehoord dat ze ADHD heeft. Ze kreeg een folder mee, maar zegt: “Ik heb het gelezen, maar het blijft niet hangen.”
De begeleider vraagt wat ze wil snappen. Ze wil weten waarom ze steeds te laat komt op haar werk, terwijl ze er echt haar best voor doet. Samen tekenen ze haar ochtend op een groot vel: wekker, douche, telefoon, sleutels zoeken, bus. Bij de telefoon en de sleutels zet ze zelf een kruisje. Ze bedenkt er een beeld bij: “Mijn ochtend is een pad met zijweggetjes, en ik neem ze allemaal.”
De tweede keer lezen ze samen het stuk over ADHD begrijpen op Thuisarts. Ze kiest één tip: haar sleutels altijd op dezelfde plek leggen. Met de Krachtenkaartjes kiest ze daarna drie dingen waar ze goed in is. Een van de kaartjes is Doorzetter, en ze schrijft erbij wanneer ze dat liet zien.
Aan het eind vraagt de begeleider: “Ik wil weten of ik het goed heb uitgelegd. Wat vertel je straks aan je zus?” Ze vertelt het in haar eigen woorden, met het beeld van de zijweggetjes. Een vraag over medicijnen parkeert de begeleider bewust: “Dat is een goede vraag voor je behandelaar. Zullen we hem opschrijven?”
Wat zeg je tegen je cliënt? Bijvoorbeeld: “Ik ben niet je behandelaar. Ik help je om wat je hebt gehoord te vertalen naar je eigen week.” En als iemand twijfelt over tekenen: “Het hoeft niet mooi. Het gaat erom dat we allebei zien waar je het over hebt.”
Wat zeg je tegen een collega? Bijvoorbeeld: “Tekenen en kaartjes zijn geen spelletje ernaast. Het is dezelfde uitleg, in een vorm die je cliënt onthoudt.”
Mag ik als begeleider of wijkteammedewerker psycho-educatie geven? Je kunt helpen om uitleg te begrijpen en toe te passen in het dagelijks leven. De uitleg over de diagnose zelf komt van de huisarts, psycholoog of psychiater, en van betrouwbare bronnen zoals Thuisarts. Twijfel je, overleg dan met de behandelaar van je cliënt, als je cliënt dat goed vindt.
Werkt dit ook bij andere onderwerpen dan ADHD? De werkvormen zelf passen bij veel onderwerpen: tekenen, kaartjes en een eigen beeld kun je overal gebruiken. De inhoud verschilt wel per diagnose. Zoek die dus steeds op bij een betrouwbare bron, zoals Thuisarts voor volwassenen of het NJi voor ouders en kinderen.
Mijn cliënt wil niet tekenen. Wat nu? Dan kies je een andere vorm. Kaartjes vragen vaak minder durf dan een leeg vel. Je kunt ook zelf schrijven wat je cliënt zegt, of samen een lijstje maken. Het gaat erom dat je cliënt iets doet, niet dat het een tekening wordt.
Gesprekskaarten
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
Gespreksrad
Draai aan het rad en krijg een vraag uit een leefgebied om op te reflecteren, alleen of samen.
Kaartjes
Waar ben jij goed in? Kies de kaartjes die bij je passen, of kies er drie voor iemand anders. Schrijf erbij wanneer je dit liet zien.
Bijgewerkt op .
Met plaatjes, een afspraakkaart, een dagplanning of een stappenkaart maak je zichtbaar wat je anders alleen vertelt. Dat helpt mensen die moeite hebben met lezen, met een licht verstandelijke beperking of met autisme, en iedereen die onder stress staat. Je kiest één doel per kaart, maakt hem samen met je cliënt en checkt of hij klopt.
Een tekst op taalniveau B1 is voor de meeste volwassenen goed te lezen. Je zet het belangrijkste bovenaan, kiest gewone woorden, schrijft korte, actieve zinnen en schrijft respectvol over mensen. Deze gids laat in tien stappen zien hoe dat werkt, met voorbeelden uit brieven en berichten aan cliënten.
Een brief, folder of pdf is toegankelijk als iedereen hem kan lezen: met een schermlezer, op een telefoon of met moeite met lezen. Het meeste regel je al in je tekstverwerker, met echte koppen, alt-teksten, genoeg contrast en duidelijke taal. Daarna controleer je het bestand, sla je het goed op als pdf en laat je het lezen door iemand voor wie het is.
Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.