Gesprekskaarten
Praatkaartjes
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
Co-creatie betekent samen maken: je ontwikkelt iets met de mensen die het gaan gebruiken. Cliënten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners denken dan niet alleen mee, ze bepalen ook mee. Wat je samen maakt, past beter bij hun leven en hun werk. Ook bij het invoeren helpt het.
Co-creatie betekent samen maken. Je ontwikkelt iets samen met de mensen die het gaan gebruiken, bijvoorbeeld cliënten en hulpverleners. Expertisecentrum Pharos zegt het kort: praat niet over, maar met.
Bij co-creatie denken cliënten niet alleen mee over een plan dat al klaar is. Kennisorganisatie Vilans raadt aan om samen het probleem in kaart te brengen, en samen te zoeken naar wat helpt. Pharos raadt aan om ook ervaringsdeskundigen te laten meedoen. Dat zijn mensen die uit eigen ervaring weten waar het hulpmiddel over gaat. Pharos werkt bijvoorbeeld met taalambassadeurs van Stichting ABC. Met die ervaringsdeskundigen testte Pharos hoe begrijpelijk portalen voor patiënten zijn.
Kennisinstituut Movisie noemt wat ervaringsdeskundigen inbrengen ervaringskennis. Het is volgens Movisie een derde soort kennis, naast vakkennis en wetenschappelijke kennis. De drie zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk: ze vullen elkaar aan.
Het NJi beschrijft een bekende ladder met vormen van meedoen. De onderste drie treden zijn schijnparticipatie. Daarboven staan vijf echte vormen:
Co-creatie hoort bij de bovenste vormen: samen bepalen wat het probleem is, en samen beslissen. Toch hoeft niet alles samen. Volgens het NJi is meedoen geen vaste ladder, en passen verschillende vormen bij verschillende momenten. De ladder is voor jongeren bedacht, maar de woorden helpen ook bij volwassenen om eerlijk te zeggen wie waarover beslist.
Wat je samen maakt, past beter. Pharos pleit voor co-creatie, zodat digitale hulpmiddelen ook werken voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. Movisie ziet dat ervaringsdeskundigen organisaties helpen om problemen concreet te benoemen, en om hun hulp beter te maken. Twee voorbeelden:
Co-creatie helpt ook als je iets nieuws gaat invoeren. Vilans beschrijft een workshop waar deelnemers het zo zeiden: je krijgt mensen alleen enthousiast als ze vanaf het begin kunnen meedenken. Een organisatie in de ouderenzorg betrekt daarom iedereen die met een vernieuwing te maken krijgt. Dat geldt voor cliënten, en net zo goed voor je collega’s.
Een team voor ambulante begeleiding wil weten hoe cliënten de begeleiding ervaren. Het eerste plan is een vragenlijst met cijfers. Een begeleider stelt voor om de vragen eerst samen te bepalen, zoals in Leeuwarden.
Het team nodigt drie cliënten en een ervaringsdeskundige uit voor twee korte gesprekken. De ervaringsdeskundige krijgt een vergoeding en beslist mee over wat er met de uitkomsten gebeurt. Al snel blijkt dat cliënten iets anders willen weten dan het team. Een cliënt zegt: “Vraag niet of ik tevreden ben. Vraag of ik zelf mocht kiezen waar we het over hadden.” Een ander wil liever niets invullen: “Vraag het me gewoon aan het eind van het gesprek.”
Samen kiezen ze voor een korte terugblik aan het eind van elk gesprek, met gezichtjes in plaats van een formulier. Daarvoor gebruiken ze Hoe ging het gesprek?. De zin “We praatten over wat voor mij belangrijk is” past precies bij wat de cliënten wilden weten. Na drie maanden vertelt het team de groep wat het heeft geleerd, en wat het nu anders doet.
Wat zeg je tegen een collega die twijfelt? Bijvoorbeeld: “We vragen niet wat ze van ons plan vinden. We bepalen samen wat het probleem is. Dat kost nu wat meer tijd, maar dan maken we iets wat ook echt gebruikt wordt.”
Gesprekskaarten
Zeg wat je wilt aan de hand van foto’s. Kies een kaartje en er komt een vraag bij.
Terugblik
Laat aan het eind van een gesprek weten hoe het ging. Kies bij vier zinnen een gezichtje, en bekijk de antwoorden daarna samen.
Bijgewerkt op .
Een digitaal hulpmiddel werkt beter als je het maakt met de mensen die het gaan gebruiken: cliënten, hulpverleners en de organisatie. Je begint bij de vraag, niet bij een app. Je maakt snel iets eenvoudigs om over te praten, leert ervan, en bouwt pas als het beeld klopt. Met een voorbeeld uit een wijkteam en antwoorden op vragen die vaak terugkomen.
Digitale inclusie betekent dat niemand buiten de boot valt nu steeds meer online gaat. Lang niet iedereen kan vanzelf meedoen. Als hulpverlener of organisatie kun je veel doen: ernaar vragen, goed doorverwijzen, een weg zonder scherm openhouden en je eigen hulpmiddelen samen met cliënten testen.
Naar schatting 1,1 miljoen mensen in Nederland hebben een licht verstandelijke beperking (lvb). Internet kan hun eigen regie vergroten, maar veel digitale hulpmiddelen zijn te ingewikkeld. Een bruikbaar hulpmiddel is overzichtelijk, werkt met beeld, vraagt weinig stappen en heeft altijd een alternatief zonder scherm.
Heb je een idee, een vraag uit de praktijk of wil je een hulpmiddel uitproberen met je team? We denken graag mee, zonder verplichtingen.