Kaartenmaker
Maak je eigen set gesprekskaarten voor je werk: met je eigen vragen, plaatjes en achterkant. Speel ermee op het scherm, of druk ze af om te knippen.
Kaartenmaker
Kaartenmaker
Waar begin je mee?
Kies een startset en pas hem aan, begin met een lege set, of open een set die je eerder bewaarde of van een collega kreeg.
Startsets
Kennismaken met een jongere
Jongeren van 12 tot 18 jaar, in een eerste of tweede gesprek.
22 kaarten: vraag, kies, schaal, plaatje, doe, leeg.
Teamoverleg: wat ging goed
Een team, bij een terugblik op een week, een project of een periode.
22 kaarten: vraag, schaal, kies, doe, plaatje, leeg.
Gevoelens voor kinderen
Kinderen van ongeveer 5 tot 11 jaar, met een ouder, leerkracht of hulpverlener.
22 kaarten: gevoel, vraag, doe, schaal, kies.
Terugblik op een traject
Een cliënt en een hulpverlener, aan het eind van een traject of halverwege.
22 kaarten: vraag, schaal, kies, doe, plaatje, leeg.
Wat vind ik belangrijk
Jongeren en volwassenen, om te praten over wat ertoe doet.
21 kaarten: plaatje, leeg.
Zelf beginnen
Een set zonder kaarten. Je geeft hem een naam en een achterkant, en maakt de kaarten zelf of plakt een lijst.
Een set openen
Bewaarde je eerder een set, of kreeg je er een van een collega? Open het bestand hier. Het blijft op je apparaat. Zelf een set doorgeven: kies Bewaar als bestand en mail het bestand.
Kaarten · vel 1 van 2: voorkanten. Knip over de streepjeslijnen.
Kaarten · vel 2 van 2: achterkanten, gespiegeld. Knip over de streepjeslijnen.
Zo werkt het
- Begin met een startset en pas hem aan, of begin met een lege set.
- Geef je set een naam, een kleur en een achterkant.
- Maak kaarten. Kies per kaart een soort: een vraag, een plaatje met een woord, een gevoel, een opdracht, een keuze, een schaal of een lege kaart. Heb je al een lijst met vragen? Plak die: één regel is één kaart.
- Speel ermee op het scherm: schud en trek, spreid uit, sorteer op stapels of deel uit.
- Druk de kaarten af en knip ze uit. Of bewaar de set als bestand en geef hem door aan een collega.
Zeven soorten kaarten
- Vraagkaart: een vraag om over te praten, eventueel met een plaatje.
- Plaatje + woord: een tekening met een woord. Om te kiezen of te sorteren, ook als lezen lastig is.
- Gevoelskaart: een gezichtje met het woord voor een gevoel.
- Opdrachtkaart: iets om te doen, zoals tekenen, aanwijzen of nadoen.
- Kieskaart: dit of dat. Je kiest er één en vertelt waarom.
- Schaalkaart: een lijn van 0 tot 10 om een cijfer aan te wijzen.
- Lege kaart: lijntjes om met de hand op te schrijven of te tekenen.
Er zijn 65 plaatjes om uit te kiezen en tien achterkanten. De naam van je set staat op elke achterkant. De vijf startsets zijn een begin: Kennismaken met een jongere, Teamoverleg, Gevoelens voor kinderen, Terugblik op een traject en Wat vind ik belangrijk.
Spelen op tafel
Op het scherm liggen de kaarten op een tafel. Er zijn vier manieren om te spelen.
- Trekken: schud de stapel en trek om de beurt een kaart. Hij draait om.
- Uitspreiden: alle kaarten liggen open, of dicht om blind te kiezen. Kies er samen een paar.
- Stapels: leg elke kaart op een stapel, bijvoorbeeld past bij mij, past niet of weet ik niet. De namen kies je zelf.
- Delen: deel de kaarten uit aan 2 tot 6 spelers.
Wat er op de stapels ligt, wie welke kaarten heeft of welke kaarten jullie kozen, kun je kopiëren als lijst of afdrukken. Dat kun je meegeven of in je verslag zetten.
Afdrukken en knippen
Kies 9, 6 of 4 kaarten per vel A4. De achterkanten komen op het volgende vel, gespiegeld: druk dubbelzijdig af en kies omslaan via de lange kant, dan ligt elke achterkant achter zijn voorkant. Kan je printer niet dubbelzijdig, kies dan vouwkaarten. Dan staan voor- en achterkant naast elkaar: je vouwt de kaart dubbel en plakt hem dicht. Een voorblad met de naam van de set en hoe je ermee werkt, komt er als eerste vel bij.
Een set doorgeven
Bewaar je set met Bewaar als bestand. Mail dat bestand naar je collega. Die opent het op deze pagina met Open een bestand en kan de kaarten aanpassen, ermee spelen of ze afdrukken. Het bestand gaat niet via ons: het staat op je eigen apparaat.
Goed om te weten
- Alles werkt met het toetsenbord. Elke kaart is een knop. Slepen kan met de muis, maar hoeft nooit: er zijn altijd knoppen.
- Heb je minder beweging aangezet op je apparaat? Dan schudden, draaien en delen de kaarten zonder beweging.
- Gaat het gesprek over iets zwaars en is er meer hulp nodig? Bij acuut gevaar bel je 112. Denkt iemand aan zelfdoding, dan kan die bellen met 113 of gratis met 0800-0113.
Je gegevens
Wat je maakt, blijft in deze pagina op je eigen apparaat. Er wordt niets verstuurd en niets bewaard in je browser. Sluit of ververs je de pagina, dan is je set weg. De browser vraagt het eerst als je nog niet hebt bewaard.
- Het bestand komt op je apparaat, op de plek die je zelf kiest. Je kaarten, je ontwerp en de namen van je stapels staan erin. Wat er tijdens het spelen gebeurde, staat er niet in.
- Kies je bij afdrukken ‘Opslaan als pdf’? Dan staan je kaarten als bestand op je apparaat.
Meer hulpmiddelen
Bekijk alle hulpmiddelenKrachtenkaartjes
Kaartjes met dingen waar je goed in kunt zijn. Kies de kaartjes die bij je passen, of kies er drie voor iemand anders. Schrijf erbij wanneer je dit liet zien.
Voor wie: Zelf aan de slagMet je cliënt
Praatkaartjes
Kies een foto die past bij wat je wilt zeggen, dan komt er een vraag bij om over te praten. Voor het begin van een gesprek, of als het even stilvalt.
Voor wie: Zelf aan de slagMet je cliënt
Waardenveiling
Wat vind jij belangrijk? Bied mee op een veiling van dingen die je niet kunt kopen, alleen of met een groep.
Voor wie: Zelf aan de slagMet je cliënt
Samen iets bouwen?
Stuur ons een berichtje als je een idee hebt, iets mist of een hulpmiddel wilt uitproberen met je team. Vertel in een paar zinnen waar het om gaat. We lezen alles, en het verplicht je tot niets.